Beknopte preoperatieve informatiebrochure anesthesie

U slaapt, wij waken...


Mevrouw, Mijnheer,,

U of uw kind wordt in het St.-Augustinusziekenhuis opgenomen voor een heelkundige ingreep of een onderzoek onder algemene of plaatselijke verdoving. U hebt reeds kennisgemaakt met de dokter die de ingreep zal verrichten, maar u zal zich misschien afvragen wie voor de verdoving zal zorgen.

Deze pagina tracht u enige informatie te geven omtrent de anesthesie.

DE ANESTHESIST

De anesthesist is een dokter die gespecialiseerd is in slaap en pijn. Hij of zij zorgt ervoor dat u een heelkundige ingreep of een onderzoek pijnloos kan ondergaan, en controleert tijdens de ingreep de werking van hart, longen, hersenen en nieren. Hij dient u tijdens de ingreep via een infuus de nodige medicatie, antibiotica, vocht en eventueel bloed toe. Hij blijft altijd bij u in de buurt tijdens de operatie, brengt u terug bij bewustzijn na de ingreep en zorgt voor aangepaste pijnmedicatie na de ingreep. De anesthesist is ook gespecialiseerd in intensieve zorg, spoedgevallen, pijnloze bevalling en chronische pijnbehandeling.


WELKE VORMEN VAN ANESTHESIE ZIJN ER?

ALGEMENE OF VOLLEDIGE VERDOVING
Hiervoor krijgt u in de operatiezaal een infuus (baxter) in de arm waarlangs de anesthesist slaapmiddelen, pijnstillers en eventueel spierontspanners inspuit. Zodra u slaapt, plaatst de anesthesist ook een buisje in uw keel waarlangs uw ademhaling gedurende de narcose wordt gecontroleerd.
Kinderen worden meestal verdoofd met een maskertje waarlangs ze slaapgas inademen, omdat dit minder vervelend is dan een prik.

LOCOREGIONALE OF PLAATSELIJKE VERDOVING
Bij deze techniek wordt enkel het te opereren deel van het lichaam gevoelloos gemaakt.
Bijvoorbeeld: een prik in de rug tussen de wervels voor een bevalling of voor een knieoperatie (spinale of epidurale verdoving); een prik in de arm voor een ingreep aan de hand.
Bij een locoregionale verdoving blijft u bij bewustzijn. Als u het wenst, kan u wel een slaapmiddeltje krijgen om tijdens de ingreep wat te soezen.
Deze vorm van verdoving is evenwel niet mogelijk voor alle operaties.

De anesthesist zal met u de vorm van anesthesie bespreken die voor u het meest aangewezen is (volledige of plaatselijke verdoving). Hierbij zal in de mate van het medisch mogelijke rekening worden gehouden met uw persoonlijke voorkeur.


DE AVOND VOOR DE INGREEP

Meestal zal de anesthesist (of een van de assistenten) u de avond of de ochtend vóór de ingreep een bezoekje brengen. Hij zal uw gezondheidstoestand beoordelen door middel van een persoonlijk gesprek en het doornemen van uw medisch dossier. Voor de meeste ingrepen zal u vooraf gevraagd worden een lijst in te vullen met vragen omtrent geneesmiddelen die u inneemt, eventuele allergie, vorige verdovingen, ziektes, en zo verder.
Bij zware operaties kan het zijn dat u na de ingreep een epidurale pomp of een pijnpomp krijgt, of dat u een tijdje op de afdeling intensieve zorg verblijft. Hierover zal de anesthesist u inlichten.
Meestal moet u nuchter blijven vanaf middernacht (tenzij uw anesthesist het anders voorschrijft) om braken en verslikken tijdens de verdoving te voorkomen. Voor kinderen is het aantal uren nuchter-zijn afhankelijk van de leeftijd.
Uw anesthesist kan u nog een slaapmiddeltje voorschrijven om de nacht rustig door te brengen.


DE OCHTEND VAN DE INGREEP

De verpleegkundige zal u 's morgens voorbereiden (bv. scheren van de operatiezone). U verwijdert juwelen, kunstgebit, bril, contactlenzen, make-up en nagellak. In sommige gevallen mag u van uw anesthesist uw ochtendmedicatie nemen met een slokje water. Verder dient u nuchter te blijven. Tanden poetsen of de mond spoelen mag uiteraard nog wel.
Vóór de operatie zal de verpleegkundige u meestal een kalmerend tabletje of spuitje toedienen, zodat u rustig naar de operatiekamer kan worden gebracht.


NA DE INGREEP

Na de operatie ontwaakt u in een speciale afdeling, waar het team van verpleegkundigen en anesthesisten erover waakt dat u zachtjes en in de beste omstandigheden wakker wordt. Hoe lang u hier verblijft hangt af van de aard van de operatie en het type van verdoving. Indien nodig kunnen patiënten er blijven overnachten.
Sommige patiënten worden na een zware ingreep naar de afdeling intensieve zorg gebracht, waar ze langere tijd permanent bewaakt worden.
Na het verblijf op de ontwaakzaal of de afdeling intensieve zorg mag u terug naar uw kamer. Daar wordt het infuus verwijderd, zodra u weer normaal kan eten en drinken.
Uw anesthesist schrijft u pijnmedicatie voor, die aangepast is aan de ernst van de ingreep. Dit kunnen inspuitingen, (bruis)tabletjes, suppo's, een pijnpomp of epidurale verdoving zijn. De eerste dagen zal u een sterkere pijnstilling nodig hebben, die dan geleidelijk wordt afgebouwd. Dit alles staat vermeld op het voorschrift van de anesthesist aan de verpleegkundigen van de afdeling. Zij dienen op uw vraag de pijnmedicatie toe. Wanneer u een pijnpomp heeft, dient u zichzelf de nodige pijnstilling toe. Indien u desondanks nog pijnklachten heeft, aarzel dan niet de verpleegkundige te vragen de anesthesist te contacteren om uw medicatie aan te passen.

Indien u na het lezen van deze informatiepagina nog vragen heeft, zijn wij vanzelfsprekend steeds bereid u meer uitleg te geven.

De dienst anesthesie en intensieve zorg wenst u een spoedig herstel toe !